Inhoudsopgave Historische Verhalen

Oosterleek

Men kan zich niet voorstellen hoe wij vroeger moesten leven zonder leidingwater.
Elk huis had vroeger een flinke regenwaterbak naast de woning. In de keuken was de waterpomp daarmee verbonden. Bij een droge zomer moesten wij dan heel zuinig met het water omgaan.
De dakgoten waren niet altijd even schoon en velen hadden een filter.
Halfweg de filter was een stenen plaat aangebracht met hele kleine gaatjes. Daarboven lag een laagje beenderkool en zo werden de ongerechtigheden opgevangen.
In de meeste koestallen was halfweg een waterpomp. Daar was in de grond een waterwel aangeboord, zodat het grondwater naar boven werd gepompt.
Dit bleef zo, tot de waterleiding werd aangelegd.

Elke dag liepen we naar school langs de sleuvengravers. Er werkten ook vier mannen uit Noord Brabant bij de aanleg van de leiding en ze woonden in het achterste gedeelte van het molenhuis en ze kookten zelf hun potje.
In het voorste gedeelte woonde ik met mijn ouders en broers.

Zuiderdijk

In 1923 werd de dijk tussen ’t Wuiver en Schellinkhout verhoogd.
Het was nog het stoomtijdperk. Daarom trok een stoomlocomotief de kiepwagens met klei vanuit de kleiput bij de Nek, waar wij nu de meeuwenkolonie aan hebben te danken.
Op de dijk stonden rode paaltjes op een afstand van honderd meter. Op genoemde afstand konden de veehouders één of meerdere paaltjes pachten, bestemd voor de hooioogst.
Ook waren er tuinbouwers die alleen in de wintermaanden koeien op de stal hadden.
Dat werden opzetters genoemd. In veel oudere huizen zonder stolp vindt men nog de koestal die vroeger voor het vee werd gebruikt en thans weggetimmerd is en waarvoor in de plaats slaapkamers kwamen.
De kleine veehouders lieten vaak de dijk maaien. De grotere veehouders hadden geen behoefte aan het dijkhooi, om reden dat zij genoeg grasland hadden.

Kermis


De kermis van Oosterleek was één van de hoogtepunten in het jaar.
In juni vond dat feest plaats. Er bestond altijd een groot belangstelling voor de kermisexploitanten en de bezoekers.

Als ik de exploitanten op de rij af noem begint het bij de kastanjebomen voor de kerk.
Daar stond op de rijweg de schiettent van Hendriks. Vervolgens links van de cafédeur de suikergoedkraam van Geert je de Wit.
Rechts van de deur stond de palingkraam van Gerver. Vervolgens naast het rijpad van het café de Kop van Jut van de familie Hendriks. Dan de ijscoman, daarnaast iemand met een mand met klein kinderspeelgoed.
Dan de koekhakkraam van Meppen, wie de meeste slagen nodig had om met een klein bijltje de koek over de hele lengte door te hakken, moest betalen. Vervolgens stond op het erf van P.K.Bakker de zweefmolen van Lamor met het prachtige draaiorgel ervoor.

Zuiderzee


Op een zekere dag ,vond er voor de kust van Oosterleek een grote ramp plaats die geen mensenlevens heeft gekost.
Een stoomsleepboot trok een enorm groot houtvlot over de zee en dat sloeg door de stevige wind uit elkaar.
De vele balken spoelden aan bij de dijk. Waar nu de firma Huisman is gevestigd tot en met Tersluis werden de honderden balken uit de zee gevist.
De sleepboot lag de volgende ochtend bij de dijk voor Oosterleek en wij gingen voor schooltijd natuurlijk een kijkje nemen.

De naam van de boot was Leendert Johannes. Men was met emmers bezig het water uit de machinekamer te scheppen. Af en toe kwam een vissersschuit een gevonden balk bij de dijk afleveren.
Het was voor diepliggende vrachtschepen bij een harde westelijke wind een moeilijke oversteek vanaf de vuurtoren van Marken naar het vuurtje van Oosterleek door de dwarse golfslag vanuit het Hoornse Hop.

Haringvangst


Toen de Zuiderzee nog niet afgesloten was kwam er elk voorjaar enorm veel haring de zee binnen zwemmen om voor de voortplanting te zorgen.

Het echtpaar De Vries en hun knecht Bertus kwamen dan in Oosterleek op de haringvangst. Zij woonden in Zurich, een dorpje gelegen aan de zeedijk in Friesland.
De Vries bezat, in Oosterleek een houten woning aan het einde van de rij huizen die onder aan de dijk stonden.

Piet Kuiper uit het gezin van Jan Kuiper kwam dan ook als knecht in dienst en soms hielp Jacob Visser uit Marken ook wel eens. Er werd een steiger op de keien gebouwd.
De haringfuiken, die veel groter waren dan de tegenwoordige paling- en baarsfuiken, werden een eindje uit de kust in de zee geplaatst. Er werd gevist met twee grote houten schuiten, waarbij een vaarboom werd gebruikt.
Na gedane arbeid werden de schuiten bij gebrek aan een haven in de zee elk aan een paal gebonden en roeide men met een kleiner bootje naar de dijk en werd het op de keien gehesen.

School


Toen ik met mijn klas het lokaal van de schooljuffrouw ging verlaten kwamen we in het lokaal van de onderwijzer.
Meester Steggerda was vertrokken en we kregen een nieuwe onderwijzer, M.v.d.Kuur.
Deze onderwijzer kon niet zingen, dus moest juffrouw Taanman ons dat leren. Het werd en grote puinhoop. Zij kon de orde niet handhaven en het zingen was spoedig afgelopen.

Het tegenovergestelde gebeurde als we catechisatie hadden. Mevrouw D.v.Vliet was godsdienstonderwijzeres en woonde in Hoorn.
Ze kwam elke dinsdagmorgen met de stoomtram naar de halte in Wijdenes en ging lopende naar de school aan de Kerkbuurt om les te geven. Daarna ging zij onder het middaguur lopend naar de school in Oosterleek.

Ijsbaan


Achter de percelen van Henk Alberstma en M.Y.Rossum ligt de Weedersloot.
Bij strenge vorst had Oosterleek daar een prachtige ijsbaan met links en rechts verkeer en in het midden de palen voor de elektrische verlichting.
In de middag en avond was het daar heel gezellig. Onze onderwijzer M.v.d.Kuur was een Fries van geboorte, dat betekende dus dat hij een schaatsliefhebber was.

Wij kregen dan ook vaak ijsvrij ’s middags. De ijsclub had een actief bestuur dat de baan goed verzorgde.
Andries Smit woonde met echtgenote onder aan de kluft, waar thans J. Heerooms woonachtig is.
Andries was een prima penningmeester. Als je geen lid was van de ijsclub moest je eerst betalen, anders kwam je niet aan het rijden toe.\

Hans Albertsma stond er met zijn koek en zopie tent. Er was veel ijspret, o.a. gekostumeerde wedstrijden. Ook werden door de jonge mannen hardrijwedstrijden gehouden.

De TON (fl.100.000) van Leek


Om vele jaren lang (nu al meer dan 7) iedere maand een heel blad van de Dorpskrant vol te schrijven met dingen over-ons dorp valt niet altijd mee maar gelukkig zijn er altijd wel enkele Venessers die ook nog wel iets weten.

Vaak zijn het oude overleveringen die in hun familie zijn blijven hangen. Het- is soms echter zo onwaarschijnlijk dat ik het niet in de Dorpskrant durf te zetten.
Toch is mij in al die jaren gebleken dat er toch vaak iets van waar is, of dat het geheel waar is.

Neem nu-eens die uitdrukking “  De Goudkust”.
Toen ik nog in de bollen-handel en de export zat, ging ik een paar maal in de zomer voor controle die dorpen langs, waar kwekers bollen voor mij teelden, en een kweker in Obdam begroette mij die dag met “Zo, en hoe is het aan “de Goudkust? “.
Die uitdrukking voor Wijdenes had ik nog nooit gehoord, maar die man had dat al van zijn grootvader gehoord.

Dorstige Brandweer

Op 20 augustus 1920, een vrijdag, brandde in Oosterleek de midden in het dorp gelegen boerderij van Dirk Haringhuizen tot de grond toe af. Oorzaak: hooibroei.
De brandweer kon niets anders doen dan proberen uitbreiding te voorkomen. Dat lukte. Méér moeite had de brandweer met het nablussingswerk. De geweldige stuit hooi vlamde telkens weer op. Met de uiterste voorzichtigheid ging men te werk en eerst donderdag de 25ste kon de dorpsbrandweer inrukken.

Tijdens het blussingswerk zette Haringhuizen bussen met melk neer bij het dorpscafé ‘De Nieuwe Aanleg’, recht tegenover de afgebrande boerderij; zodat de brandweermannen hun dorst konden lessen. Het zou te veel zijn om van de ijverige brandweermannen te verlangen dat ze nooit eens het café binnengingen.
De nablussing was een onverwacht ‘snippie’ voor herbergier Evert Kaan, die ‘De Nieuwe Aanleg’ kort tevoren had gekocht van Kees Molenaar. Molenaar zag er – letterlijk – geen brood meer in, nadat kort na de wapenstilstand van november 1918 de Belgische geïnterneerden waren gerepatrieerd.